Tegenwoordig refereeert de term meer aan de bereidwillendheid van de kijker (in het geval van film) om ongeloofwaardige elementen van een verhaal te doen geloven en in 'de wereld' van de film mee te gaan. Bijvoorbeeld, terwijl je naar Jurrasic Park kijkt vraag je (in ieder geval ik) je helemaal niet af of wat er gebeurt realistisch is, je gaat er gewoon in mee.
Het proces wordt makkelijker gemaakt door bijvoorbeeld van te voren aan te geven dat het om een fantasie gaat ... A long time ago in a galaxy far far away, of Er was eens ...
Dit proces kan op meerdere manieren verstoord raken. Bijvoorbeeld door echte historische elementen in het verhaal te brengen en die te vervormen (denk aan de aanslag op Hitler in Inglourious Basterds), maar ook door slecht acteerwerk, of waneer het fantasiebeeld in de film niet overeenkomt met het fantasiebeeld dat de kijker al had over de wereld. Toen de nieuwe star wars films uitkwamen waren de fans zeer ontevreden (en konden niet met de fanastie meegaan) deels omdat het beeld wat ze hadden van hoe het verhaal en de wereld zou moeten zijn niet overeenkwam met het hun beeld.
Het uitstel van ongeloof is iets heel subjectiefs. Het verschilt van persoon tot persoon of deze in het verhaal mee gaat. Na de nieuwe Indiana Jones (Kingdom of the Chrystal Skull) kwam er kritiek van de fans omdat het onrealistisch was dat Indy een kernexplosie zou overleven door in een koelkast te schuilen die ook nog mijlen ver vliegt en hard neerkomt. Terwijl eerder men het volkomen aannemelijk vond dat Indy uit een vliegtuig kon springen met een oplbaasboot, in een rivier landen, meegtrokken worden door een waterval, en dat overleven (Indiana Jones & The Temple of Doom).
Geen opmerkingen:
Een reactie posten